De European Environmental Law Association (EELA)

De EELA
In 1992 is de European Environmental Law Association (EELA) opgericht. De EELA is een samenwerkingsverband van diverse milieurechtverenigingen binnen de Europese Gemeenschap, waarvan het secretariaat is gevestigd bij de Nederlandse Vereniging voor Milieurecht. De Europese Vereniging heeft als doel het opzetten van een netwerk van milieurechtverenigingen in alle EU-lidstaten; het instellen van een discussieforum voor milieuproblemen in Europa, op rechtsvergelijkende basis; het instellen van een forum voor discussie over de uitvoering van bestaande EG-wetgeving en over nieuwe EG-voorstellen; het instellen van werkgroepen voor het onderzoeken van specifieke aspecten van milieurecht in de Europese Gemeenschap; het bevorderen van verspreiding van informatie over EG-milieurecht aan zowel juristen als niet-juristen en het verschaffen van opleiding op het gebied van het milieurecht.

Bestuur en leden
Het bestuur van de EELA bestaat uit:

  • mw. R. Raum Degrève, president (Luxemburg)
  • vacant (Nederland)
  • prof. E.J. Hollo, vice-president (Finland)
  • G. Real Ferrer, vice-president (Spanje)
  • G. Kremlis, vice-president (Griekenland)
  • mw. prof.mr. M. Sancy, secretary (België)
  • P. Hvilsted, treasurer (Finland).

Milieurechtverenigingen uit de volgende landen zijn lid van de EELA: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en Spanje.

Activiteiten Jaarlijks is er een seminar of bijeenkomst in een van de landen. Het afgelopen jaar was dit in Griekenland waar, met steun van de autoriteiten van Epidavros, een seminar plaatsvond over 'The management of the Cultural and Natural Environment (with reference to the Coastal Zone). Er werden ervaringen en kennis uitgewisseld over wetgeving en beleid rond bescherming van natuur- en cultuurmonumenten. De nadruk lag op gebieden en 'sites' die in kustzones liggen. In een aantal landen rond de Middellandse zee staan de kustzones onder druk als gevolg van vervuiling, oprukkende bebouwing, toerisme (waterscooters, privatisering van stranden) en oprukkende visindustrie. Er kon worden geleerd van voorbeelden uit andere landen, bijvoorbeeld het systeem van de National Trust in het Verenigd Koninkrijk, waar deze organisatie grote delen van de kust (zowel natuur- als cultuurmonumenten) in beheer heeft en een balans kan worden gevonden tussen toegankelijkheid en gebruik en bescherming. Verder werd gesproken over de omvang van een beschermde kustzone, de aanwijzingsbevoegdheden, financiele instrumenten en handhaving.

Homepage   |   Email