Aan de grens van de milieuvergunning


Verslag van het congres op donderdag 31 mei 2007 in Antwerpen, georganiseerd door de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht en de Vereniging voor Milieurecht

N. Teesing*

De implementatie en herziening van de IPPC-richtlijn, de betekenis van het instrument milieuvergunning en de ontwikkeling van alternatieven kwamen deze dag, verdeeld over drie blokken, aan de orde. Zowel in Vlaanderen als in Nederland is het streven om tot integratie van vergunningen te komen en tegelijk ook om de vergunningplicht waar mogelijk te vervangen door algemene regels (in Nederland) of integrale milieuvoorwaarden (in Vlaanderen).

1: De vergunningskritiek is waard wat het alternatief waard is.
Tijdens dit eerste blok sprak Aart Dijkzeul (werkzaam bij het ministerie van VROM) over de modernisering van de algemene regels. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit wordt het aantal vergunningplichtige bedrijven fors teruggebracht. Volgens het besluit valt een bedrijf onder de algemene regels tenzij het is uitgezonderd. Het besluit bevat vooral doelvoorschriften, maar er kunnen ook maatwerkvoorschriften worden gesteld. Daarnaast kent het Activiteitenbesluit een zorgplicht die als vangnet dient voor situaties en activiteiten die niet zijn geregeld en waarvoor de voorschriften niet voldoende zijn. Om een goede uitvoering van de algemene regels te waarborgen is een goed toezicht nodig.
Isabelle Larmuseau (voorzitter van de VVOR en werkzaam bij LDR Milieuadvocaten, de Hogeschool van Antwerpen en Universiteit van Gent) sprak over de veranderingen in het Vlaamse milieuvergunningenbeleid van sectoraal naar integraal. Aan de milieuvergunning kunnen algemene, sectorale of bijzondere milieuvoorwaarden worden verbonden. Vanuit de behoefte om de bedrijfsactiviteit in haar geheel te bekijken en alle nadelige effecten in totaliteit te bezien, is eind 2006 op basis van artikel 20 lid 1 Milieuvergunningsdecreet een pakket integrale milieuvoorwaarden gepubliceerd. Deze voorwaarden hebben betrekking op standaardgarages en standaardhoutbewerkingsbedrijven.

2: Zijn er grenzen aan de integratie van vergunningen?
In Nederland is een wetsvoorstel in behandeling bij het parlement voor de introductie van de omgevingsvergunning. In de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningen geïntegreerd. Rosa Uylenburg lichtte de achtergrond en inhoud van het wetsvoorstel toe. Uylenburg vroeg zich af of met de regeling van de omgevingsvergunning integratie van besluitvorming op het terrein van de fysieke leefomgeving wordt bereikt. Niet alle toestemmingen die locatiegebonden projecten betreffen worden geïntegreerd (zoals bijvoorbeeld de Wvo-vergunning voor het direct lozen op oppervlaktewater). Van integrale besluitvorming is ook geen sprake omdat de beoordelingscriteria van de verschillende vergunningen bij elkaar worden opgeteld. De huidige regeling in het wetsvoorstel biedt wel de kans dat bij de vergunningverlening met meer aspecten rekening wordt gehouden die anders buiten de beoordeling zouden blijven.
Ann Carette (Universiteit Antwerpen) sprak over de integratie van milieu- en stedenbouwkundige vergunningen. In 2006 is een decreet ingediend dat is gericht op integratie. Het voorstel houdt in dat voor projecten waarvoor zowel een stedenbouwkundige als een milieuvergunning nodig is (= gemengde projecten) de stedenbouwkundige vergunning opgenomen zal worden door de milieuvergunning als het project een beperkte ruimtelijke impact heeft. In dergelijke gevallen kan men immers aannemen dat de ruimtelijke beoordeling eenvoudig zal zijn en perfect kan gebeuren in het kader van de milieuvergunningsprocedure. Wat projecten met een beperkte ruimtelijke weerslag zijn, zou in een besluit van de Vlaamse Regering moeten worden uitgewerkt. Carette besprak in haar bijdrage ook de bezwaren die rijzen tegen de integratie van vergunningen. Zo werd aangevoerd dat de integratie afbreuk doet aan de verordenende kracht van de ruimtelijke plannen, en zo zou een allesomvattend dossier te complex worden.

3: Een nieuw elan voor de IPPC-richtlijn?
Filip Francois (Europese Commissie) sprak over de implementatie en herziening van de IPPC richtlijn. De Commissie heeft in 2006 een implementatieonderzoek laten uitvoeren. Uit het onderzoek blijkt dat van een aanzienlijk deel van de grote IPPC-installaties hetzij de vergunningvoorwaarden hetzij de werkelijke emissies niet in overeenstemming zijn met wat beschreven of gedefinieerd staat in de BREF’s. In de gevallen waarin duidelijk werd afgeweken van de BBT zoals beschreven in de BREF’s was het vaak niet duidelijk op welke grond de afwijkende voorwaarden waren gesteld.
Ter voorbereiding van de herziening van de IPPC-richtlijn richt de Commissie zich onder meer op de versterking van het systeem van de BBT-gebaseerde vergunningverlening en de rol van de BREF’s hierin en het stroomlijnen van de interactie tussen verschillende richtlijnen. Eind 2007 wordt de goedkeuring door de Commissie van het voorstel van de nieuwe richtlijn verwacht (verwachte inwerkingtreding zal dan zijn ten vroegste na 2012).
Philip Roos (Ministerie van VROM) gaf aan dat een deel van de Nederlandse milieuvergunningen en inrichtingen per 30 oktober 2007 dreigt niet te voldoen aan de IPPC-richtlijn. Nationale en Europese oorzaken liggen hieraan ten grondslag. De belangrijkste nationale oorzaak is dat capaciteit en expertise voor uitvoering van de IPPC-richtlijn vaak onvoldoende en versnipperd is. Het is een Europees probleem dat de IPPC-richtlijn bedrijven onvoldoende stimuleert tot innovatie. De onduidelijkheden in de IPPC-richtlijn en in de afstemming met andere Europese regelgeving maakt uitvoering bovendien onnodig complex. Nederland heeft de verschillende oorzaken geanalyseerd en op basis daarvan een wensenlijst voor de aankomende herziening van de IPPC-richtlijn geformuleerd.
Bert Vermoortel (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Afdeling Milieuvergunningen) sprak over de ontwikkeling van het milieuvergunningstelsel in Vlaanderen in samenhang met de IPPC-richtlijn.

Noot:
* Mr. N. Teesing is bureausecretaris van de Vereniging voor Milieurecht.

Homepage   |   Email